Inzicht in vrijetijdsgedrag

Samen met een aantal deelnemers van de LDA zijn we bezig om een nieuw vrijetijdsonderzoek vorm te geven. Wat doen Nederlanders in hun vrije tijd buitenshuis, waar gaan ze naar toe, hoe vaak doen ze de activiteit en hoeveel geld besteden zij eraan? In het nieuwe vrijetijdsonderzoek, dat een opvolger is van het ContinuVrijeTijdsOnderzoek (CVTO), wordt een brede range aan activiteiten meegenomen. Het gaat om inzicht in participatie, frequentie en totale omvang van de vrijetijdsactiviteiten, evenals inzicht in enkele kenmerken van de activiteiten. Voor het nieuwe onderzoek wordt gekeken of de techniek van tracking data kan worden ingezet.

Doel

Het doel van dit project is om met elkaar te komen tot een nieuwe opzet voor onderzoek naar het vrijetijdsgedrag van Nederlanders, met aandacht voor nieuw beschikbare onderzoekstechnieken. 

Pilot Nederlands Verplaatsingspanel (NVP)

Binnen het project zijn we gestart met een pilot, waarbij gebruik gemaakt wordt van het Nederlands Verplaatsingspanel (NVP) van het consortium Kantar, Mobidot en dat.mobility. Het NVP bestaat uit personen die toestemming hebben gegeven om te worden gevolgd via een app op hun mobiele telefoon. Deze verplaatsingen worden vervolgens gedetecteerd en omgezet tot vrijetijdsactiviteiten. Dit geeft inzicht in welke activiteiten men waar doet, hoelang, hoevaak etc. In een korte aanvullende vragenlijst die panelleden ontvangen, wordt de data verder verrijkt met gegevens over samenstelling van de groep, motief en bestedingen. Aan de hand van de resultaten van de pilot wordt bepaald of deze methode geschikt is voor een nieuw vrijetijdsonderzoek.

Planning 

Deze zomer is de pilot van start gegaan. Resultaten verwachten we in oktober/november 2021. De start van het nieuwe vrijetijdsonderzoek zal waarschijnlijk begin 2022 zijn (afhankelijk van interesse van deelnemers).

Deelnemers 

NBTC verzorgt de projectleiding van het nieuwe vrijetijdsonderzoek. Een werkgroep is ingesteld met verschillende deelnemers aan de LDA en voormalige gebruikers van de CVTO-data, waaronder onderzoekers van verschillende provincies en DMO’s